2025
BSV vertegenwoordigt al decennialang als nationale organisatie de belangen van de niet-gesubsidieerde werkgevers in het paritair comité van het Vermakelijkheidsbedrijf (PC 304) en stelt zich opnieuw kandidaat als representatieve werkgeversorganisatie bij de FOD WASO.
BSV ondertekent mee ‘Addendum 2025 – 2026’ bij het sectorconvenant 2023 – 2025 alsook het ‘Addendum Diversiteit en inclusie 2025 – 2026’ bij het sectorconvenant 2023 – 2025 afgesloten tussen de Vlaamse Regering en de sociale partners van de sector Vermakelijkheidsbedrijf
2024
BSV neemt het initiatief tot een gestructureerd en regelmatig ‘nationaal werkgeversoverleg” met haar partners vertegenwoordigd in het paritair comité 304.
2023
BSV ondertekent mee de Sectorconvenant 2023 – 2025 afgesloten tussen de Vlaamse Regering en de sociale partners van de sector Vermakelijkheidsbedrijf (PC 304).
BSV ondertekent mee de CAO ‘deconnectie’
BSV ondersteunt actief de uitrol van het ‘veiligheidspaspoort’ onder haar leden en is mee aanwezig op de lancering van dit initiatief.
2021 – 2022
Stem in het coronadebat door steunmaatregelen af te dwingen bij de overheid in samenwerking met de Alliantie van Belgische Eventfederaties (de huidige Event Confederation).
2020
BSV ondertekent mee de CAO ‘non-discriminatie’.
2019
2018
Rechtszaak en vonnis (april 2018) tegen SABAM tot schrapping van de tariefverhogingen voor livemuziek. Toen Sabam met ingang van 2017 een tariefwijziging oplegde met verhogingen tot 35% werd bij de Rechtbank van Koophandel te Brussel een stakingsprocedure ingeleid die de onrechtmatige inningswijze een halt moest toeroepen. Sabam wilde de auteursrechten namelijk innen als een percentage op de omzetten uit ticketverkoop. Deze omzetten zijn de laatste jaren aanzienlijk gestegen, vooral als gevolg van toegenomen kosten voor o.m. beveiliging en mobiliteit. De festivalsector heeft het bijwonen van concerten opengetrokken naar een totaalbelevingspakket, met een stijging van productiekosten tot gevolg. Hiervan kon Sabam in verregaande mate profiteren. Europese rechtspraak legt evenwel op dat een prijs in verhouding moet staan tot de onderliggende economische prestatie. De inningswijze van Sabam kwam erop neer dat auteursrechten zouden worden geïnd op kosten van beveiliging, decor, technische ondersteuning en zo meer. Dit werd door de rechtbank als een misbruik van machtspositie beschouwd. Bovendien hanteerde Sabam een forfaitaire regeling, die ervoor zorgde dat zodra meer dan 2/3 van de gespeelde nummers onder haar repertoire vallen, zij voor de volle 100% auteursrechten zou innen, terwijl er voldoende technische mogelijkheden voorhanden zijn om het exacte aandeel Sabam-repertoire te bepalen. De rechtbank was dan ook van oordeel dat dit aandeel correct moest worden geïdentificeerd en gekwantificeerd, en Sabam geen inkomsten kan halen uit nummers die niet door haar worden beheerd. Ook de toepassing van een minimumtarief dat er in sommige gevallen toe leidde dat aanzienlijk hogere bedragen worden geïnd zonder enige economische verantwoording beschouwde de rechtbank als een misbruik van machtspositie. Aan Sabam werd opgelegd om deze misbruiken stop te zetten.